Je kleuter vraagt waar dat plakje ham vandaan komt

Kinderen, vooral peuters, hebben de mooiste theorieën. Vanille vla komt uit een gele koe en chocolade vla uit een bruine koe. Kaas en worst maken ze in de fabriek.

Geen peuter die de link legt tussen het kippetje op de kinderboerderij en het pootje op zijn bord. Maar, je peuter wordt vanzelf een kleuter. Kleuters denken meer door. Plots krijg je tijdens het avondeten de vraag: “Van welk dier is dit worstje?”.

Je weet wat tijd te rekken, door je te verslikken in je eten, maar je kleuter geeft niet op. Je kunt aan je kleuter vragen wat hij of zij zelf denkt. Je kunt je kleuter proberen af te leiden. En je kunt eerlijk antwoord geven.

Welke optie je ook kiest, je kleuter is snel tevreden met een antwoord. Misschien volgt de vraag: “Een echte koe?”, maar je kleuter zal (nog niet) verder vragen. Begin ook maar niet over het slachten van de koe, het varken of het kippetje. Zover denkt je kleuter nog niet.

Wil je kleuter geen vlees meer omdat het niet uit de fabriek komt? Dring niet op. Geef zo eerlijk mogelijk antwoord op vragen en zorg dat je kleuter vleesvervanging binnenkrijgt. Je kleuter heeft immers wel alle voedingsstoffen nodig.

Misschien raakt je kleuter nooit meer iets van vlees aan, misschien is hij of zij het met een week weer vergeten. Of accepteert je kleuter dat het nou eenmaal zo is. Laat je kleuter hier vrij in. Dwingen heeft geen zin. Gelukkig zijn er voldoende alternatieven te verkrijgen.